Showing posts with label OP reis. Show all posts
Showing posts with label OP reis. Show all posts

Thursday, 5 April 2012

Thank you

Het is over. Ik ben thuis. Met een muts op en handschoenen aan fiets ik snel door de koude stad. Ik wacht op een warme dag en een ritje te paard door het park. Dat gaat me goed doen. En nu zit ik binnen, bij de verwarming, ik denk een beetje na en lees de krant.
Bedankt pezige, magere riksja-fietsers dat jullie ons, voor bijna niets, de stad door fietste. Bedankt grote ingezeepte man, voor je vrolijke groet tijdens je ochtend-bad op een straathoek van Kolkata. Een hele grote bedankt Mr. Johnny van Hotel Greenland, Bandarban, voor al je geweldige hulp en al je informatie en kennis over de Bawn-people van Bangladesh.
Bedankt alle aardige boeren die mij een verse wortel gaven, en die vertelden over de voedselprijzen. (laag, laag, laag)
Bedankt alle vogels en insecten van Sri Lanka voor de mooie concerten in de na-middag. Bedankt Carla, Mer, en Siem voor al jullie lieve hulp en het gevoel dat jullie er altijd voor me zijn. Bedankt lieve mooie slimme collega's van Nrc.Next voor de prachtige, ontroerende, vrolijke, gevoelige soundtrack bij deze reis.
Thank you Tom Atoh for your good spirits and your quiet but happy company on long busrides. Thank you for making me laugh and thanks for the best travel-companion I ever had. (and thank you for always having something to eat in your bag!)
Bedankt Carola voor de mooiste reis-groet die ik ooit heb ontvangen, en bedankt Loes voor je mooie boek. Bedankt onbekende reizigster die me zei: "Huil maar, en het komt goed", je had gelijk.
En bedankt lieve mooie mensen van Bangladesh, India en Sri Lanka.

Tuesday, 3 April 2012

India de laatste dag van mijn reis


En toen was ik terug in het Indiase kustplaatsje. Om bij te bruinen, en omdat het dichtbij het vliegveld was. Ik wilde proberen de buikwrijvende hoteleigenaar, we noemen hem Rashid, te vermijden.
Dat mislukte. Ik liep 's ochtends het busstation, en daar stond hij, in de deuropeneing van zijn hotel, zijn tanden te poetsen. (tandenpoetsen is in India een hele openbare gelegenheid, op de een of andere doet iedereen dat op straat. Zelfs de mensen met badkamers. Ik weet niet wat dat is)
Rashid was verbaasd maar niet beledigd dat ik niet in zijn hotel sliep. En hij leek wel blij me te zien. Ik kreeg thee en ontbijt en hij vroeg; ' heb je het gehoord, van de moord?' Dat had ik. Er was een visserman vermoord, een week eerder.
Dus ik zei ja, de visserman. 'Oja, ja die ook, nee er is een nederlandse vrouw vermoord door haar vriend.' In een maand hadden er twee moorden plaatsgevonden in dit kleine kustplaatsje.

We reden naar zijn nieuwe hotel. Het was zondagochtend 10 uur, en kwamen we één van zijn bouwvakkers tegen. Hij was dronken. Rashid lachtte een vaderlijk, besmuikt lachje en we reden verder. We kwamen een andere medewerker van hem tegen. Tegen hem was Rashid minder vriendelijk. Ze hadden duidelijk woorden. En de man keek bezorgd en bang. Alles wat ik begreep was dat hij naar het ziekenhuis moest met zijn zoontje. Rashid startte de auto en vertelde dat de man 'm bedrogen had. Hij had mensen ingecheckt op een bepaalde datum, later de datum veranderd en zo twee dagen kamerhuur gestolen. 'Na alles wat ik voor deze man gedaan heb.'
'Is het geen vergissing probeerde ik nog?' Maar ik snap niets van dit land, en al helemaal niet hoe het is om tientallen Indiers voor je te hebben werken. Dus ik liet t maar. Maar de ogen de man leken me geen ogen van een dief.
Bij het hotel aangekomen waren enkelen mensen hard aan het werk en ik speelde wat de kindjes: gillend handjeklap met drie prachtige zusjes en van de moeder kreeg ik koffie en ontbijt. De kinderen en ik vergeleken onszelf: onze tanden waren allemaal wit. Ik had een roze huid, zij een bruine. We hadden allemaal een roze tong, en de huid onder onze nagels was ook roze. Maar mijn ogen waren blauw en van hen bruin. Er stond een mooi houten olifantje in het huisje (= 1 kamer en keuken in één en in een hoekje lagen de opgerolde slaapmatten en dekens), en er stond een klein marmeren potje. Ze lieten me de olifant zien. En ik kreeg het roze marmeren potje mee. 'My gift to you' zei de oudste. De moeder keek alles aan, met een mooie glimlach. 'U heeft prachtige kinderen', en dat was geen beleefheid. Het waren drie schitterende meisjes, met strakgekamde staartjes en keurige jurkjes. Ik kom daar dan als vreemde binnenwalsen en ik wordt behandeld als hoogbezoek. Terwijl ik toch niets te bieden heb dan wat vrolijkheid en contact met de kindjes. En dan krijg ik zomaar zoveel warmte terug. Het oudste meisje liet me de familiefoto zien: Papa, mama, de drie zusjes en het broertje. Die was er nu niet, die lag met koorts in het ziekenhuis. En terwijl ik naar de foto kijk realiseer ik me dat papa de man was die wij op straat waren tegengekomen. Die geld van Rashid gestolen had. Ik krijg een brok in mijn keel en realiseer me dit MOET een vergissing zijn. Dit is zo'n vriendelijk familie, hier zit geen greintje rottigheid in. Rashid roept me, we moeten gaan. Ik geef iedereen een snelle knuffel en met tranen stap ik in de auto. Wat een mooi begin van mijn laatste dag India. 'Are you sure they did not take anything from you?' zegt Rashid me als ik de deur dicht sla. Ik wordt intens verdrietig van deze opmerking en zeg m 'That i left with more than that I came with.' De rest van de rit terug zeg ik niets meer en realiseer me dat rijkdom in India je niet alleen macht brengt, maar ook achterdocht en paranoia. Ik moet toch maar uit de buurt blijven van deze man.

Saturday, 24 March 2012

Mijn laatste week

Mijn reis is bijna over. Nog 1 weekje. Bangladesh was bijzonder omdat het zo van het gebaande pad af was. De mensen waren waanzinnig gastvrij, vriendelijk en trots op hun land. Het was niet altijd makkelijk want alles in dit land was Bangladesh. Het eten, de hotels, de stranden. Maar er was elke dag wel iets dat een grote smile op mijn gezicht bracht. Een aardig iemand, een mooie treinreis, een sprookjes-achtig mooi dorp. Thee en koekjes bij een familie thuis.
Sri Lanka was heerlijk. Paradijselijk. Vakantie. Mooie mensen waarvan de uitdrukking makkelijk te begrijpen was. Heerlijke schone guesthouses waarvan uit ik zo in mijn flodderige jurkje het strand op kon lopen.
En dan is er India. Ik weet niet goed wat ik ervan moet maken. Gisteren landde ik in het zuiden en sliep in een buitenwijk van Chennai. Ik ging op zoek naar een ATM en realiseerde me dat er maar een woord mogelijk is voor dit land: verbazing.
Verbazing dat ik nog leef als ik de weg over ben gestoken. Er is ontzettend veel verkeer en je moet vooral niet de illusie hebben dat er iemand oppast op zijn mede-weggebruikers. De grootste weggebruikers (de bussen en vrachtwagens) zijn het brutaalst en de kwetsbaarsten (de fietsers en wandelaars) zijn het voorzichtigst.
Verbazing over de puber die met zijn os over straat wandelt. En een telefoongesprek voert met een moderne cellphone. Verbazing over de dikke Indier, en verbazing over de graatmageren die op straat slapen.
De hutjes van plastic en de sloppenwijken. En dan ineens een luxe appartementen-complex van 13 verdiepingen hoog, naast futuristisch uitziende gebouwen van glas.
Of tijdens een bustocht, in het desolate landsschap neens als een geglazuurde verjaardagstaart: een gigantisch roze universiteits complex.
Een winkeltje volgestooid met hooi, naast een winkeltje met nieuwe motoren.
En dan al dat afval. Overal dat plastic. Langs de kant van de weg. Vermengd met compost. Zo wordt hier al jaren vercomposteerd. Maar de geel, roze, blauwe plastic zakjes zijn er over 20 jaar nog. De eerste 30 cm aarde van India zal dan een merkwaardige plastic mix zijn.
En ik zie mensen vegen en schrobben. Hun eigen stoepje of veranda. Keurig netjes. En dan begint de rotzooi. Soms alleen wat plastic. En soms wonen mensen met hun schoongeveegde stoep zo op een een afvalbelt.
Ik begrijp gewoon niets van dit land. Zoveel groots, moois en duurs en zoveel intense armoede en rotzooi.
In cijfertjes is dit land misschien bezig uit de armoede-statistieken te kruipen, maar ik vind het verbazingwekkend (en beschamend)dat er naast al die protserige rijkdom nog steeds zoveel armoede is.

Monday, 19 March 2012

Thee

Na de chaos van India en de drukte van Bangladesh is Sri Lanka paradijselijk. Het is er lui en lekker. De zee dondert en de thee-plantages geven het land iets prettigs overzichtelijks. Als je in de heuvels van het ene stadje naar het andere stadje treint or bust komt er geen einde aan de velden thee. 'perched on a hill' zoals het zo mooi klinkt in het engels. In Haputale, een ghetto-achtig berg stadje trokken we de heuvels in op zoek naar een biologische thee-fabriek. We werden bij de grote Lipton thee-fabriek uit de bus gezet en liepen de 3 km. terug. We kwamen langs akkertjes (verse wortel gekregen, zo uit de grond!) en langs het schooltje waar tientallen kindjes in witte pakjes met blauwe stropdas ons nariepen en naliepen. (Het is makkelijk vrienden te maken in dit land.) En we liepen langs de thee-bosjes. Beschaamd. Want het was zo mooi, het uitzicht, het groen van de thee en de dames met een grote zak op hun rug gebonden . Ze plukten. Alleen de lichtgroene.Maar ik kreeg een vriendelijk hallo en een grote glimlach en de dames leken zich niet bewust van mijn ongemak. Rijke toerist krijgt een gelukzalig gevoel terwijl ze door de theevelden loopt en ziet hoe arme vrouwen zich de benen uit het lijf werken. En de rijke toerist voelt zich met terugwerkende kracht ook behoorlijk schuldig over het gemak waarmee ze haar thee koud laat worden en weggooit.
We werden ingehaald door een vrachtwagentje volgeladen met zakken blaadjes en bij de fabriek aangekomen zagen we dezelfde thee de stoffige fabriek binnengaan. Een grote donkere hal met oude machines en een paar rieten bezems. De thee wordt gedroogd, geschud, verhit en dan verdeeld in verschillende maten. In grote papieren bulkzakken wordt de thee geexporteerd en het is bijna niet te geloven dat dit de thee is die wij in ons kopje hangen. Blaadje voor blaadje geplukt. In emmers en wasteilen van ene machine naar de andere gebracht, alweer door een vrouw, een andere dame schudt de emmers leeg in weer een ander machine. De kleine blaadjes die door de mazen van de machine op de grond dwarrelen worden bij elkaar geveegd. Kostbare blaadjes.
Maar terwijl de meeste huizen in Sri Lanka mooie stenen huizen zijn, met bewerkte houten deuren, verandas en dakpannen op het dak zijn de huizen in deze buurt zijn klein en hebben golfplaten daken. Hier is het blaadje voor blaadje jezelf uit de armoede omhoog werken. Zodat je het blauwe stropdasje van je kindjes kunt betalen.

Tuesday, 13 March 2012

India

Alleen op reis vereist openheid, want anders is het eenzaam. Maar de korte gesprekken met volslagen vreemden zijn leuk en verrassend. Ik ontmoette een jonge Indiase in de bus. Ze had een flinke tattoo op haar arm. Dat zie je niet vaak bij jonge Indiase vrouwen. Samen zochten we naar de juiste bus. Ze kwam uit Mumbai en voor haar was Tamil Nadu (een provincie in het zuiden waar Tamil gesproken wordt en geen Hindi) net zo buitenlands als voor mij. Ik had een gesprek over een koe en haar kalf (10 dagen oud) en ik sprak met een Ierse pottenbakster. Ze smeerde factor 6 op mijn rug.
In een hotel aan de kust raakte ik aan de praat met de eigenaar. Hij had door een stomme fout mijn kamer weggeven en ik was geergerd; “Listen, I just split up with my boyfriend, and I was quite pleased with this little room I had.”Dat vond hij toch wel zielig voor me, en ik kreeg thee, een grote kamer met warm water en extra aandacht. Hij vertelde over zijn liefdesverdriet en over zijn dochters die bij hun Maman in Bruxelles woonden, en hoe hij ze mistte.
Hij was rijk, had een paar hotels, een paar restaurants (de populairste in town), bezat een waterbron en had de juiste politieke vriendjes. Hij nodigde mij en een Indiaas/Duits stel uit om te komen eten en te drinken in zijn restaurant. De drankflessen stonden verstopt onder tafel want hij had geen drankvergunning. Hij werd tipsy en de verhalen over rijk zijn in India werden steeds kleurrijker.
Zijn jongste broer had jarenlang in Amsterdam samengewoond met een nederlandse vrouw en in de keuken van een Ierse pub gewerkt. Een arme immigrant in Amsterdam, de jongste telg uit een rijke Indiase familie. Zijn broer had hem teruggehaald en een restaurant gegeven. Maar nu moest hij wel de kritiek en de hoon (“Pfff hij is een masseur, ja ja hij masseert blanke vrouwen…) van zijn oudste broer verduren. Maar de familiebanden in India zijn sterk en je doet wat je oudste je broer je opdraagt.
De hoteleigenaar was inmiddels dronken en wij aten verse vis, en zeiden niets. We luisterden. Kritiekloos. Want het was niet aan ons kritiek te geven die avond. Over de jongen die weed kwam brengen (een hele donkere Tamil) zei hij:” Hij mag hier alleen komen omdat hij de weed brengt, dat is de enige reden” en barstte in lachen uit. De jongen zat er bij en lachtte schaapachtig met ons mee. En zo kreeg iedereen wel een portie hoon te verduren. Zelfs ik. (“ You look like a roasted pig” (ik was verbrand). En hij lag buikwrijvend op een matras te lachen om zichzelf.
Het was een ontzettend gekke avond maar ik, en ook het stel, zat met klapperende oren te luisteren. En we konden aan iedereen om ons heen zien dat het respect dat ze opbrachten nodig was. Want hij is rijk, en machtig in dat kleine kustplaatsje. Dus je schikt je als je ‘lager’ bent. En misschien was dat een inkijkje in het kastensysteem van India. In het klassensysteem zeker. Dit is het deel van India waar je niets mee te maken wil hebben maar op een wonderlijke manier deed het mij ook tintelen toen ik onder de Indiase sterrenhemel terug naar het hotel liep.

Sunday, 11 March 2012

India

Ik schreef al eerder hier op de blog dat de Bengalen zo ontzettend behulpzaam waren. Nog voordat we in staat waren een hulpbehoevende blik te werpen was er al iemand die ons vroeg : "How can I help?". We hebben telefoonnummers van vreemden gekregen, en er waren aardige mensen die met ons mee liepen op zoek naar een hotel of een restaurant.

Mijn eerste dag in India had ik pasfoto's nodig voor mijn visa. Onder een afdakje zat een man naast een Xerox en naast een poster voor het maken van pasfoto's. Ik vroeg hem waar ik zijn moest, en hij wuifde met zijn hand. Een andere mijnheer staat op dat moment op en begint in de richting van de wuivende hand te lopen. Ik loop er achteraan. Hij loopt verder het woonerf op en net toen ik dacht:" jeetje dit had ik alleen nooit gevonden." parkeert hij zich zelf in een afgelegen hoek en maakt zich klaar om te pissen.
Ik draai me snel om, mijn hoofd knalrood, en loop zo hard mogelijk, maar een soort van 'coolness' weg. Dit is India, en niet Bangladesh. Lesje geleerd.

Saturday, 3 March 2012

De eerste periode in India had ik vaak het gevoel in een roman van Salman Rushdie beland te zijn. De chaos van de steden, de trappenhuizen en achter elke deur een hotel, schooltje of een kantoortje. En op het dak dan ineens een toilet en een 'badkamer'. En als ik dan nog eens goed om me heen keek zag je dat weggepropt op dat dak ook nog een paar families woonden. Met een seniele oma of een gokverslaafde oom, zo stelde ik me dan voor. Een nacht, we sliepen in een hotel 5 hoog achter aan een galerij werden we wakker van een intens schreeuwende man. Een gek, een dronkelap. Ik weet het niet. Maar het pastte perfect in mijn beeld van India.

Maar mijn eerste dag terug in India had ik het gevoel in een foto van Jan Banning beland te zijn. Ik had ontdekt dat mijn visa maar tot 27 maart liep, en mijn ticket uit India is op 28 maart. Ik speelde nog even met de gedachte om op 28 maart de domme onschuldige toerist te spelen maar toen iemand het woord 'Visa Violation' gebruikte heb ik snel mijn kop uit het zand getrokken en zo zat ik om half tien bij Foreign Regional Registration Office. Dat pas op half 11 open ging. Ik stak de drukke 4-baans weg over (vluchtheuvel in het midden) en dronk koffie.

Om half 11 was ik terug en meldde me bij mannetje I. Het was een kantoor met een mooie houten deur in het midden, een grote archiefkast links en een grote archiefkast rechhtts.van de deur. Achter de deur nog een kantoor en voor de deur 4 mannen achter hun typemachines en faxen.
Mannetje I vertelde me te wachten op mannetje II, die later zou komen. Ik wachtte. Mannetje II vertelde me te wachten op de chief, die later zou komen.
Ik ging weer de 4-baans weg over en dronk koffie en anderhalf uur later zat ik bij de chief. Die had binnen 30 seconden besloten dat er geen enkel probleem was en hij krabbelde iets op een klein briefje. Terug naar Mannetje II.
Hij wilde een kopie van mijn paspoort (check!) en een kopie van mijn ticket (check!) en een kopie van mijn visa. Die had ik niet dus weer de weg over op zoek naar een 'Xerox'. (kopieer-machine)
Tom Waits verteld op een van zijn platen dat muzikanten nooit buiten muziek opnemen omdat ze bang zijn dat een haan op het verkeerde moment kraait. " Daar hoef je helemaal niet bang voor te zijn" zegt ie, " Een haan zal precies op het juiste moment kraaien." Daar moest ik steeds aan denken bij het oversteken. Want oversteken in India is nogal een klus, maar elke keer als ik weer naar de overkant moest was het verkeer even stil. En hup hup hup kon ik zonder enkel probleem naar de overkant.
Ik heb die dag nog 4 x de weg overgestoken maar elke keer had ik het geluk van een lege 4-baans weg!

Toen al mijn kopieen in orde waren zei Mannetje II me de volgende dag terug te komen. Ik vloog de volgende dag naar het zuiden! Ik gaf een zielige blik en zei ferm dat dat echt niet ging lukken. Vervolgens heb ik daar nog uren gezeten. Mannetje III knoopte tergend langzaam files bij elkaar. Af en toe ging de deur naar het kantoor open en dan had ik zicht op een vrouw die met haar ogen dicht achter haar bureau zat. Aan het einde van de middag moest ik naar de accountants, om te betalen. Dat waren 9 accountants. 8 mannen, 1 vrouw. Zij ging door al mijn papieren, keek moeilijk, ging nog 9 keer door mijn papieren, bleef moeilijk kijken en had een discussie met Mannetje IV, die met me meegelopen was. Een dikke accountant controleerde alle nummers op mijn biljetten en na 35 minuten kreeg ik een bonnetje dat ik betaald had. Al die tijd had ik naar de accountants gekeken. Niemand heeft gedurende die 35 minuten iets gedaan. Ze lummelde, kletsten, wiebelde op hun stoel, liepen rond. Een man voerde een telefoongesprek.
Terug naar Mannetje II. Hij stempelde mijn paspoort en riep mannetje V. Die liep weg met mijn paspoort en ging naar buiten naar de kopieer-shop.


Hierna af mannetje II mijn paspoort en ik had 3 dagen verlenging! Gelukt! In eene dag! En nu naar de kapper! Het is tenslotte uit met mijn vriendje, ik enik wil een stuk van mijn aa har af!

Wednesday, 29 February 2012

Bangladesh, dag 19

Het verkeer toetert als vanouds. Ik zit aan een smutzig tafeltje in een smutzige hotelkamer, en het is, behalve het getoeter, stil. Ik rook een sigaret en zit voor een grote spiegel. Alleen. Ik voel me verdrietig, maar ook heel mooi. En ik ga alleen verder.

Friday, 24 February 2012

Bangladesh, Dag 14

Het is hier stil. Ik hoor wat geklutter en gerammel van de golfplaten daken want de wind waait hard. Gisteren zijn we vertrokken uit Bandarban, een rommelig, gezellig stadje in de heuvels. Per bus twee uur door de bergen en toen overstappen op een boot. Dat wisten we, maar niet dat het een piepklein houten bootje was, dat gewoon aan de oever van de rivier lag. In mijn hoofd was het toch een grotere boot. Twee en half uur stroomopwaarts op dit bootje met een pezige stuurman met een houten bamboestok. Heel langzaam en geen idee waar we terecht zouden komen.
Er is een arabisch gezegde en dat luidt: ' de geest reist met de snelheid van een kameel '. Mijn geest reist het liefste in het tempo van een langzaam bootje, een fiets of mijn eigen benen. Dus deze langzame boottocht, met het landschap dat langzaam aan je voorbij trekt.... het was prachtig. We zagen grote houten vlotten, wel 30 meter lang gemaakt van prachtige houten balken, versgekapt en nu zakte dat schitterende hout in een soort lange boottrein de rivier af. We zagen spelende kinderen, wassende mensen en boeren op de oever.
Na twee en een halfuur die prachtige stille wiegende bootreis was daar dan ineens een betonnen trap. Ruma, onze voorlopige bestemming. Klein, donker en stoffig. Het restaurantje waar we aten deed bijna middeleeuws aan.
De volgende ochtend zijn we met onze gids Samuel verder getrokken. Nog hoger de bergen in en het laatste stuk lopend afgelegd. Nu zijn we in een klein dorp waar de laatste 'tribal people' van Bangladesh wonen. Ze zien er Burmees uit, en zijn ook verwant aan de volkeren van Burma. Er zijn wat houten huisjes en 1 dorpstoilet. Er groeien papayas en bananen en de mensen hier verkopen gember op de markt van Ruma. Dat is geen vetpot, en het is 3 uur reizen. Ik vraag me af wat we, met onze blauwe ogen en dure schoenen, hier te zoeken hebben. Is het niet toch een beetje apies kijken? Maar tijdens het overheerlijke eten en het tandenpoetsen onder de volle maan realiseer ik me, hier zijn maakt me ook intens dankbaar voor wat ik heb. En maakt dat ik geniet van het eten dat ik dagelijks eet. Ik ben uit mijn comfortzone, sterker nog ver ver ver weg van mijn comfortzone en realiseer me dat ik nog nooit zo ver weg van 'mijn' wereld ben geweest.

De dag daarop, na een nacht in een houten huisje, op een dikke laag dekens wordt ik wakker en kijk uit over het meer. En ik hoor ' Last Christmas ' van Wham. Misschien toch minder ver weg van alles dan ik dacht.

Wednesday, 15 February 2012

Bangladesh, dag 9

Vandaag vertrokken we weer noordwaarts. Na een krankzinnige bustocht (nu zijn ze allemaal nogal krankzinnig maar deze was buitengewoon eng) kwamen we aan in Chakaria. We hadden een telefoonnummer van mijnheer Tito, hij werkt hier voor een organisatie die boeren helpt om zonder gif,zonder bemesting en zonder irrigatie landbouw te bedrijven. Ook vechten ze tegen genetische modificatie van gewassen en zaden en hebben een zaadbank om kleine boeren van zaad te voorzien en zaad te bewaren zodat de boeren niet afhankelijk worden van de grote zaadbedrijven van deze wereld. (lees meer op:http://www.ubinig.org/)
We aten een cake-je en belden mijnheer Tito. Tien minuten later stond er een riksja voor onze neus en gingen we over kleine landweggetjes en over een enorme grote bamboe-brug naar de boerderij. Zo ongelovelijk mooi. Blote kindjes in de rivier, gekleurde doeken, rijst en andere gewassen, stil en groen. Kinderen met koe aan een touwtje en overal verbaasde gezichten om twee witte mensen te zien.
Op de boerderij zagen we tomaten, aardappels, bonen, onkruid (geen onkruid want ook voedzaam), kippen, koeienstront en composthopen. We hebben heel veel gehoord over de vervuiling en de landbouw hier, over de grote zaadbedrijven en de macht die zij hebben. En over het wankele evenwicht dat de natuur is. En hoe dat zo ontzettend uit balans is op veel plekken. En daar sta ik dan op mijn dure gympen, met mijn H&M kleren die hier geproduceerd zijn, geverfd en de boel hier vervuilen. Terwijl een keuterboertje geen landbouw meer kan bedrijven vanwege de vervuiling van de verf-fabriek of vanwege de tabaks-groei van B.A.T in dit gebied. Reizen in dit land is een enorme confrontatie mijn rijkdom en de armoede van de rest van de wereld. Liefs Marike

Sunday, 12 February 2012

Bangladesh, dag 7

Even weg van het stof, de herrie. We zitten tussen de bananen=bomen en de vogels. We slapen in een houten hutje op palen in een "ECO= resort". Het is hier prachtig en stil maar we betalen bijna 40 euro per nacht en dat in een land waar mensen me de hele dag om 2 Taka vragen (20 Taka = 0,20 cent, 2 Taka = 0,02 cent).
Mijn geirriteerde neus is blij en is even weg van de luchtvervuiling en het bed was buitengewoon luxe en prettig. Maar de chocolade shake die ik net dronk was net zo duur als het avondeten ons normaal meestal kost. Morgen vertrekken we weer uit dit paradijs.

Friday, 10 February 2012

Bangladesh, dag 3

Het treinstation in Dhaka. Onze trein was te laat, wel 2 en een half uur en vanaf het moment dat we onze tassen neerzette tot het moment dat de trein eindelijk kwam heeft er een groep van 20 tot 30 mensen om ons heen gestaan. Sommigen spraken goed Engels, anderen alleen Bengali. We kregen cha, gepofte rijst, een make-over (lipstick en een paars randje rond mijn lippen), nagellak (linkerhand paars, rechterhand oranje), we kregen ongevraagd advies (de amerikaan): Stop Smoking. En we kregen eindeloos veel vragen: waar komen jullie vandaan, zijn jullie getrouwd (ja natuurlijk!), is het 'love-marriage"?, Wat is je beroep? Hoe komt het dat je vrouw een beter beroep heeft dan jij?

We kregen telefoonnummers en paan en betelnut (dat is dat spul waar mensen op kauwen, je krijgt er een rode mond van), ik kreeg bloemen in mijn haar en er werd voor ons gezongen. Maar bovenal werd er gewoon naar ons gekeken, naar ons gestaard, om ons gelachen, werden we uitgelachen en werden continu gefotografeerd en gefilmd.

En zo gaat het nu al dagen hier in Bangladesh. Het is er arm en onze neuzen zijn geirriteerd van de luchtvervuiling. Hier geen prettig toeristen-pad. Geen bananen-pancakes of hangmatten. Geen leuke cafe's met bier en Bob Marley. Dit is reizen en met handen en voeten duidelijk maken wat je wilt. Maar er zijn altijd mensen die ons helpen. Die ons een lift geven naar het busstation of met ons meelopen. Die vertalen of ons eten bestellen. En alles met een buitengewone interesse in wie we zijn en waar we vandaan komen. En ze zijn apetrots om de mooie kanten van dit land te laten zien. Want het is echt ontzettend arm, maar iedereen is trots op Bangladesh, en trots dat wij hier zijn om hun land te bekijken en te bewonderen.
Liefs Marike

Wednesday, 25 January 2012

Kermis


Soms is het net of ik op de kermis ben. Net als de kermis is India luid, vrolijk, vibreert met energie en er is eindeloos veel te zien. Sommige dingen die ik zijn letterlijk kermis-attracties: met een groot geweer gekleurde balonnen schieten ( en jaaaaa ik was best goed!), suikerspinnen en enorme roze knuffels te koop. Maar deze kermis heeft ook een misselijkmakende kant. De ene hoek om is daar ineens een vuilnisbelt met scharrelende kippen, varkens en kinderen. Of ligt er een riksja-bestuurder opgekruld in slaap, onder zijn riksja. Anderen liggen opgekruld in slaap, zo naast de stoep. 9 jarige jongetjes die hardwerkende volwasssen lijken.
Gelukkig is vrolijke kant eindelozer want de volgende hoek heeft heerlijke chai (thee) borrelend in een enorme pot en geserveerd in ongebakken klei-kopjes. Weer de volgende hoek heeft geweldig eten; samosa's, bahijees en egg-rolls. En weer de volgende hoek heeft een ultra-moderne Nike-store met roze/grijze Nikes en 40% discount borden in de etalage. Of er staat een ingezeepte man, hij zwaait vrolijk terwijl hij zijn ochtendbad neemt.
En net als de echte kermis is luid en chaotisch, soms sprookjesachtig en soms gewoon teveel. Dan is er het volgende toeristen-strand of een hotelkamer met HBO (en Sex in the City) Maar wat het vooral zo bijzonder maakt is dat het allemaal kan. Dat je een gigantisch marktgebouw binnenstapt opzoek naar een camera-repair-shop. En dan 2 hoog, nagenoeg onvindbaar zit een jongeman met een kleine bureau-lamp. Hij beloofd even naar de camera te kijken. Twee uur later lag de camera volledig ontmanteld op zijn bureau en weer twee uur later werkte de camera weer soepel en perfect. En dat alleen is niet het succes. Het succes is ook dat het je lukt in een kolkende wereldstad van Kolkata om een camera-repairshop te vinden.

Friday, 13 January 2012

India

India, januari 2012

Mijn kennismaking met India was het AirIndia toestel dat we namen vanaf London Heathrow. De stoel van de Amerikaan was kapot en de knopjes van de afstandsbediening waren weg. Maar gelukkig vloog het toestel nog wel (hoewel AirIndia op het punt staat bankroet te gaan.. als dat maar goed gaat... ik moet ook wel weer terug.) en kwamen we eerder dan verwacht stonden we op het donkere koude mistige vliegveld van Delhi. We verbleven in een zakenhotel vol Indiers in een kamer zonder raam. Zo kwam het datwe op de tweede dag pas na 14 uur wakker werden. Delhi had vooral in de avond iets apocalyptisch. Het was er koud, stoffig, en overal op straat brandden vuurtjes en stonden er mannen gehuld in bruine dekens. Bij sommige restaurantjes zaten daklozen/ arme mensen gehurkt naast elkaar (als vee) te wachten op wat naan met dal of aardappels. We dronken chai in een van de kleine chaitentjes en lieten alles maar over ons heen komen. Inmiddels zijn we een week verder en zijn we in Mumbai geweest; ook hier op straat hoopjes mensen. Slapend. Of slapend in de gang van het hotel. Deze keer had het hotel wel een raam maar ook bedbugs. Die het vooral op de Amerikaan voorzien hadden en niet op mij. Nu zijn we aan de kust, en slapen we in een blauwe hotelkamer. Vanochtend heb ik op een dak van een huis yoga gedaan, een kleine pezige Indier met gitzwarte ogen was mijn instructeur. "No chocolate, No Coffee!"
Maar er zit een een restaurantje met geweldige koffie, en er werkt een geweldige serveerster. Als ik binnenstap staat de cappucino al bijna voor mijn neus. Dit is even een comfortable tussenfase. Een noodzakelijke tussenfase ook. Vol met blanke toeristen maar ook typisch India: smeulende hoopjes afval en koeien op straat.
Onze dag zit vol kleine sucessen: kaartjes geregeld voor de treinreis, de aanschaf van een stekker. Goede samosa of heerlijke chai.
Alles wat je over India hoort klopt: het is armer en viezer dan je voor kunt stellen. Rechts op het strand staan de tafeltjes romantisch gedekt met kaarsje en 5 meter verderop liggen 5 mannen zij aan zij te slapen. Het ergste van alles is dat het zo acceptabel lijkt als je hier bent. Het hoort bij dit land, bij deze maatschappij. Maar een twee-jarige die met zijn moeder, vader en zusje op 2m2 stoep leeft, speelt en slaapt, dat zou toch niet acceptable moeten zijn.

Liefs Marike.

Wednesday, 11 May 2011

Rambut/ Hairdresser


I've made this picture of a sign of a hairdresser several weeks ago, when I was traveling in Indonesia. I sort of forgotten about it, until I posted the other hairdresser picture. I love the smileys in the word potong. Potong Rambut means Hair Cut (haircut) by the way.

Saturday, 1 January 2011

Gelukkig Nieuwjaar!

Vanuit Auckland, Nieuw Zeeland een vrolijke zomergroet. Het klopt natuurlijk niet Oud en Nieuw vieren in een zomerjurk. Elke keer als iemand 'Happy NewYear' zei had ik het gevoel dat ik op 31 juli op een gek thema feestje was waar we deden of het Oud en Nieuw was. Maar het vuurwerk was echt en groots.

Er is turqoise zee, zwarte lava, paarse bloemen en een zeer rood verbrandde nek. Maar ook gewoon groene biobakken langs de kant van de weg en postbodes van TNT.
Nieuw Zeeland, komt op me over als een goeiige labrador. Traag, groot, lief en vriendelijk voor iedereen.
Morgen stap ik in de bus en ga naar de Bay of Plenty. Een plaatsnaam vol belofte. Ik hoop er veel te zitten, te tekenen en te fotograferen.